Roth.  “Oorsprong”.  Uitg.Groen ISBN 9058293068
Boekbespreking
Ariel Roth behaalde een doctoraat in de Zoölogie aan de Universiteit van Michigan, gaf les aan de Andrews en Loma Linda Universiteit en was van 1980 tot 1994 directeur van het Geoscience onderzoeksinstituut. Hij heeft wereldwijd geologisch en paleontologisch veldwerk verricht.

Volgens hem kunnen wetenschap en Bijbel elk waardevolle informatie bieden. Zijn visie geeft hij weer in de volgende figuur.
Roth stelt dat de kloof tussen de wetenschap en de Bijbel niet zo diep is als meestal wordt aangenomen. Hij gaat er van uit dat de rationaliteit van de Bijbel de basis is geweest voor de ontwikkeling van de moderne wetenschap. Wetenschap en geloof zijn elk hun eigen weg gegaan en is er vooral een kloof ontstaan tussen de naturalistische wetenschap en de Bijbel
In de discussies over wie er gelijk heeft, de wetenschap of de Bijbel, gaat het vaak over één enkel onderwerp, zoals het spontaan ontstaan van leven of de betrouwbaarheid van het bijbelse scheppingsverhaal. Maar de oorsprongsvragen omvatten veel meer. Ze strekken zich uit tot bijna elk aspect van het bestaan. Een veelomvattende vraag vereist een brede basis voor een zinvolle evaluatie. Dit boek wil een overzicht geven van die brede basis.
De schrijver maakt het de lezer gemakkelijk door aan het eind van elk hoofdstuk een conclusie te geven.
Hier volgt een selectie van de aspecten die aan de hand van vele referenties belicht zijn:.
Complexiteit
Vanuit een evolutionistisch gezichtspunt is het vreemd, dat nergens in de natuur nieuwe onderdelen of organen zich lijken te ontwikkelen. De ingewikkelde bouw van het oog en het oor wijzen op een intelligent ontwerp.
Vele biologische systemen lijken veel te complex om door willekeurige processen tot stand te komen. Voorbeelden zijn onder meer: (1) een systeem voor de aanmaak van eiwitten dat informatie verstrekt door middel van de genetische code en vervolgens die informatie verwerkt tijdens de eiwitsynthese, (2) complexe gencontrolesystemen en (3) complexe correctiesystemen om de fouten tijdens het kopiëren van het DNA te herstellen. Al deze systemen lijken geprogrammeerd te zijn. Het lijkt onmogelijk dat ze spontaan kunnen ontstaan. We verwachten niet dat een voorgeprogrammeerde computer spontaan ontstaat op een verlaten planeet en zo zouden we ook niet mogen verwachten dat biologische feedback mechanismen spontaan ontstaan. Bovendien moet reproductie mogelijk zijn. Deze computers zouden zichzelf ook moeten kunnen kopiëren. Het scheppingsalternatief stelt dat een verscheidenheid aan organismen met een beperkt aanpassingsvermogen doelbewust ontworpen is.
Ook de bijzondere eigenschappen van de menselijke geest zoals bewustzijn, creativiteit, vrije wil, esthetiek, moraal en spiritualiteit, wijzen erop dat de mens speciaal ontworpen is als een hoger wezen en dat hij niet uit dieren is geëvolueerd door een puur mechanisch proces.
Fossielen
Het fossielenonderzoek is een uitdaging en wordt gekenmerkt door forse meningsverschillen. Tegenwoordig geloven velen dat ze de overblijfselen zijn van tijdens de zondvloed omgekomen organismen, terwijl anderen ze beschouwen als de restanten van geëvolueerde organismen
In de onderste regionen van de geologische kolom vind je eenvoudige organismen.
De meeste diergroepen verschijnen plotseling tijdens de 'Cambrische explosie'. In de daarboven liggende aardlagen worden verschillende typen planten, reptielen en zoogdieren aangetroffen.
Ontdekkingen zoals de Cambrische explosie zijn een probleem voor de evolutionistische interpretaties, die een geleidelijke ontwikkeling veronderstellen.
Over het algemeen zien we een vergaande sortering van organismen op de verschillende niveaus van de geologische kolom en krijgen we een indruk van toenemende complexiteit als we de organismen van onder tot boven in de geologische kolom volgen. Dat patroon wordt beschouwd als een overtuigend bewijs voor evolutie. Maar de beperkte vooruitgang hoeft geen weerspiegeling te zijn van een geleidelijke ontwikkeling. Mobiliteit en drijfvermogen tijdens een wereldwijde zondvloed kunnen ook een schijnbare vooruitgang veroorzaken. Het is ook van belang dat recente organismen over het algemeen in een volgorde van toenemende complexiteit in en op de aarde leven. Het begint met ééncellige organismen in de diepere aardlagen, daarna complexere organismen in de laag gelegen, mariene omgevingen en tot slot nog complexere organismen in de hoger gelegen, terrestrische gebieden. In het kader van het geleidelijk stijgende water van een wereldwijde catastrofe, zoals de zondvloed, verwachten we een soortgelijke volgorde in het fossiel archief aan te treffen en dat is ook het geval.
Geologische geschiedenis
De wetenschappelijke interpretatie van de geologische geschiedenis van de aarde is meermalen veranderd. Eeuwenlang werden grote catastrofen geaccepteerd. Vervolgens werden catastrofistische interpretaties gedurende meer dan een eeuw niet getolereerd. Nu wordt het belang van catastrofen voor de geologische geschiedenis opnieuw erkend. Hoewel een wereldwijde zondvloed vreemd is in ons gewone denken, is er overtuigend bewijs dat geologische veranderingen sneller kunnen gaan dan we voor mogelijk houden.

Zowel de vele mariene sedimenten, turbidieten en submariene sedimentwaaiers op de continenten, als de dominante stroomrichtingen (die in de sedimenten zijn vastgelegd), wijzen op grootschalige onderwater activiteit op de continenten in het geologisch verleden. Dergelijk bewijs past goed in het zondvloedmodel. Evenals de ongelooflijke uitgestrektheid van sedimentaire afzettingen op aarde. Voor wat betreft de andere bewijzen voor de zondvloed draait het vooral om de factor tijd. Wat aten de dinosauriërs en andere gewervelde dieren tijdens de vermeende miljoenen jaren van de Morrison en Coconino periode, toen de voedselplanten schaars of afwezig waren? In het kader van het zondvloedmodel wordt het ontbreken van de voedselplanten verklaard door het sorteren en naar elders transporteren van de planten. Er is een gebrek aan erosie bij de hiaten, waar aanzienlijke delen van de geologische kolom ontbreken. Dat wijst op een snelle afzetting van de aardlagen zonder dat er veel tijd zit tussen de afzetting van de verschillende aardlagen. Dat verwacht je ook in het kader van de zondvloed
Tijdsproblemen
De groeisnelheid van koraalriffen; meerdere lagen dinosaurusnesten boven elkaar, graafgangen van wormen; dunne laagjes in de aardlagen (laminae); fossiele bossen; en radiodateringen kunnen tijdsproblemen opleveren voor een recente schepping, maar ook voor de gangbare lange geologische perioden..
De vastgestelde snelheden van erosie, vulkanisme en gebergtevorming lijken te hoog te zijn in het kader van de gangbare geologische tijdschaal. Die gaat uit van miljarden jaren voor de vorming van de aardlagen en voor de evolutie van de fossiele organismen in die aardlagen.
Een vraag die telkens weer de kop opsteekt als we de huidige snelheid van erosie en gebergtevorming bestuderen is deze: waarom is er nog zoveel van de geologische kolom overgebleven als dergelijke processen al miljarden jaren bezig zijn? De huidige snelheid van de geologische veranderingen past goed in het concept van een recente schepping met een daaropvolgende, catastrofale zondvloed. Het terugtrekkende water van de zondvloed zou grote delen van de geologische kolom intact hebben gelaten.

Modellen
De wetenschap een indrukwekkende lijst van successen kent, met name op het experimentele vlak. De beperkingen en problemen die de wetenschap op sommige gebieden kent moeten we niet als een excuus gebruiken om de waarde van de wetenschap op haar eigen terrein te ontkennen.  
Aan de andere kant is de betrouwbaarheid van de Bijbel op grootse wijze bevestigd door de ontdekkingen van de archeologie en het historisch onderzoek.
De vele visies die tussen schepping en evolutie in liggen zijn over het algemeen slecht gedefinieerd. Ze zijn niet geworteld in de Bijbel noch in de wetenschap en krijgen uit zowel de bijbelse als de wetenschappelijke hoek weinig steun. Aan het opstellen van modellen komt geen einde, maar zolang ze niet bevestigd kunnen worden, verdienen ze geen ondersteuning.
Alle modellen worden indirect in meer of mindere mate onderbouwd door een deel van de wetenschappelijke gegevens. Voor sommige modellen is dat maar een klein deel. Aan de andere kant bevestigt de Bijbel alleen het scheppingsmodel. Er is maar één bijbels model dat een antwoord geeft op de oorsprongsvragen. In Zijn eigen woorden schiep God de hemel en de aarde in zes dagen. Ook andere vooraanstaande bijbelfiguren bevestigen de betrouwbaarheid van het scheppingsverhaal in Genesis.
Intermediaire visies kunnen ertoe bijdragen dat je geleidelijk afglijdt van een geloof in de schepping tot een geloof in de naturalistische evolutie. Dit afglijden kan leiden tot een geleidelijke uitsluiting van God. Hoewel vele traditionele kerken deze weg hebben bewandeld, hoop ik dat ze alles in het werk zullen stellen om terug te keren naar de Bijbel met zijn uitzonderlijke verklarende kracht en naar God.