Denken - meningen - mysteries
Hoe ontstaat denken, hoe ontstaan meningen ?
'Mensen eisen vrijheid van meningsuiting als compensatie voor de vrijheid van denken
waar ze zelden gebruik van maken' Sören Kierkegaard

Wat is de oorsprong van gedachten?
Informatie en gedachten kunnen niet gewogen worden zoals de stoffelijke materie hersens, het zijn onstoffelijke grootheden.
Hoe ontstaan die onstoffelijke grootheden in ons hoofd?  
Hoe kunnen meningen ontstaan door (gesproken, geschreven, digitale) woorden?
Hoe ontstaat ons denken daarover?
In figuur1 is schematisch de relatie tussen stoffelijke materie en de onstoffelijke gedachten weergegeven.
De mens heeft blijkbaar een ontvangststation in zich dat onstoffelijke informatie kan ontvangen die tot onstoffelijke gedachten leidt. Die gedachten kunnen geordend worden tot een mening/standpunt. Daarbij heeft de mens de keuze om kritiekloos de mening van een ander over te nemen, of zelf na te gaan denken.
Het complexe wezen mens heeft dus niet alleen een stoffelijk lichaam, maar ook iets onstoffelijks, onzichtbaars: bewustzijn, rede, gevoel voor schoonheid en waarde.
Nadenken over dit mysterie helpt om te onderscheiden tussen geloof en tastbare feiten.

De Bijbelse verklaring
Als we onafhankelijk gaan nadenken kan ons verstand ons overtuigen van de Bijbelse waarheid:
Het geloof legt de grondslag voor alles waarop we hopen, het overtuigt ons van de waarheid van wat we niet zien. Door geloof komen we tot het inzicht dat de wereld door het woord van God geordend is, dat dus het zichtbare is ontstaan uit het niet-zichtbare.
(Hebreeën 11:1,3 NBV)

En krijgen we medelijden met de velen die misleid worden door de meningen van anderen.
Vanuit de hemel openbaart Gods toorn zich over al het kwaad en onrecht van hen die met hun onrechtvaardigheid de waarheid geweld aandoen. Want wat een mens over God kan weten is hun bekend omdat God het aan hen kenbaar heeft gemaakt. Zijn onzichtbare eigenschappen zijn vanaf de schepping van de wereld zichtbaar in zijn werken, zijn eeuwige kracht en goddelijkheid zijn voor het verstand waarneembaar. Er is niets waardoor zij te verontschuldigen zijn, want hoewel ze God kennen, hebben ze hem niet de eer en de dank gebracht die hem toekomen. Hun overpeinzingen zijn volkomen zinloos en hun onverstandig hart is verduisterd. (Romeinen 1:18t/m21)


printvriendelijke afdruk