1.Onze gedachten bepalen wat we zien.
Denk na!
Wie zal in een bos meer zien: een boswachter of een kind dat altijd in een stad gewoond heeft?

Wat we van iets weten, kan ook afhangen van wat we er van willen weten.
Hoe willen we naar de natuur kijken?
Willen we naar de natuur en de mens kijken als een schepping, die door een machtige God gemaakt is, of willen we dat niet?
-------

Wat we van iets weten, kan ook afhangen van wat we er van willen weten.

Hoe willen we naar de natuur kijken?
Zal een kleuter van vier jaar een boek zonder plaatjes mooi vinden?
Nee, natuurlijk niet, want die kleuter kan niet lezen. De kleuter ziet alleen maar zwarte kriebels op het papier staan.
Een kind in groep acht vindt het boek misschien prachtig, want het kan het spannende verhaal wel lezen.
Wanneer we iets zien, wordt door onze gedachten uitgelegd wat het is of wat het betekent.
Onze gedachten zijn eigenlijk een bril waardoor we naar iets kijken.
De letters op het papier zijn echt. Ze zijn een feit zeggen we dan.
Inhoud
hoofdstuk2