6.Conclusie
1.Het is niet technisch te bewijzen of de mens op aarde gekomen is door schepping of door evolutie, want het is een gebeurtenis in het verleden.
2. Geschiedenis wordt geschreven vanuit een bepaald standpunt, met een bepaald doel.
3. In de schoolboeken voor het voortgezet onderwijs wordt geprobeerd met fouten de evolutietheorie aannemelijk te maken.
4.Je hebt de keuze: geloven wat de evolutietheorie verteld over de wordingsgeschiedenis van de mens, of geloven wat er in de Bijbel staat.
Geloof je in de evolutietheorie, dan kun je geen antwoord geven op de volgende belangrijke vragen:          a.Waar kom je vandaan ?
                    b.Waarom ben je hier?
                    c.Waar ga je heen als je sterft?
Geloof je in de Bijbel, dan heb je wel antwoorden op die belangrijke vragen. Dan mag je weten dat God je uit liefde geschapen heeft en een plan met je leven heeft.

Wat leert de Bijbel ons?
De Bijbel leert dat God de mens goed geschapen heeft en Zijn Geest in de mens gegeven heeft, waardoor de mens geestelijk contact met zijn Schepper had. Daarin was de mens totaal verschillend van de dieren.
De Bijbel verklaart ook dat de mens moedwillig een andere geest binnengelaten heeft. Die geest wordt genoemd duivel of satan. Daardoor werd de mens afgescheiden van Gods Geest, die liefde en rechtvaardig en licht is.
Als gevolg daarvan trad het omgekeerde van evolutie in: degeneratie (achteruitgang). Er kwam ziekte en dood, en de mensen gingen zich gedragen als dieren.
Door die zondeval zijn de problemen in de wereld gekomen en die zullen alleen maar groter worden leert de Bijbel. Maar er is hoop!
We kunnen uit onszelf niet in contact met God komen, want Hij is heilig en rechtvaardig en wij zijn zondig. De zonde brengt scheiding tussen God en ons.
Maar er is uitkomst in Jezus Christus. In Hem is Gods Geest zichtbaar en tastbaar bij ons gekomen. In Jezus Christus kunnen we zien dat God liefde is maar ook rechtvaardig. Door te geloven dat Hij de straf voor onze zonden gedragen heeft, worden wij een kind van God. Dat wil zeggen dat Gods Heilige Geest in ons hart komt.
Inhoud
hoofdstuk 7