De herkomst van het leven: een mysterie.
Waarnemingen in het heden tonen aan: Leven komt uit leven.

Elke levende cel is ontstaan uit een levende cel.

Niemand zag ooit op een andere wijze een levende cel ontstaan.
Cellen ontstaan doordat een cel zich gaat delen:
een kleine celdeeltje (centriole) gaat zich delen en trekt de chromosomen uit elkaar. De twee helften van de chromosomen (DNA moleculen) koppelen weer met de complementaire nucleotiden waardoor weer identieke chromosomen ontstaan. De cel krijgt een insnoering en splitst zich in twee identieke cellen.

Natuurwetenschappelijk onderzoek heeft aangetoond dat een cel zeer ingewikkeld in elkaar zit. Hij heeft de kracht zichzelf te reproduceren; hij draagt de erfelijke eigenschappen; hij maakt zijn eigen DNA; hij heeft controle mechanismen voor zijn eigen krachtige enzymen. Sommige enzymen kunnen zelfs de cel vernietigen als ze buiten controle geraken. De cel heeft een zeer belangrijke begrenzing het membraam, dat alleen de gewenste stoffen in de cel toelaat en de overige buiten
Deze kleine cel (1000 op een rij zijn nog maar ongeveer 1 cm) is een onvoorstelbaar complexe scheikundige fabriek. Met al onze kennis ontgaan ons nog steeds veel van de mysteries van de cel.

Kunnen we ons voorstellen dat het complexe systeem van de cel ooit door een lange reeks van toevallige processen is ontstaan? Of is het eenvoudiger om in de cel de hand van een Ontwerper te zien?
Want hetgeen van Hem niet gezien kan worden, zijn eeuwige kracht en goddelijkheid, wordt sedert de schepping der wereld uit zijn werken met het verstand doorzien, zodat zij geen verontschuldiging hebben.
(uit De Bijbel: Rom.1:21)